|
Aangezien glijdende gemiddelden voor een afgevlakte
curve van de koersfluctuaties zorgen, moet de belegger allereerst kijken
naar het verloop van deze gemiddelden. De meest simpele methode bestaat
erin om een long positie in te nemen wanneer een bepaald gemiddelde opwaarts
omgebogen is. Bij een neerwaartse ombuiging moet men dan verkopen
of eventueel een short positie innemen.
In het bijzonder moet er rekening gehouden worden
met de trend van het onderzochte aandeel. Het aandeel moet zich duidelijk
in een opwaartse of neerwaartse trend bevinden, aangezien de verschillende
signalen van de gemiddelden dan correct tot uiting komen. Wanneer
een aandeel zich in een sideways trend bevindt, mag er niet vertrouwd worden
op de signalen van de glijdende gemiddelden, maar moet er gebruik gemaakt
worden van een momentum indicator zoals de Stochastics.
Allereerst dient er een keuze gemaakt te worden omtrent
de tijdsperiode van het gemiddelde. Zoals eerder aangegeven zijn
zowel het 50, 100 als 200 daags gemiddelde enorm populair. Hoe langer
de periode van het gemiddelde, des te accurater de weergave van de lange
termijn trend van de onderliggende waarde. Daarom zullen ook het
50, 100 en 200 wekelijks gemiddelde door de lange termijn belegger bekeken
worden. Speculanten of swing traders die willen inspelen op de korte termijn
fluctuaties van een aandeel, maken gebruik van glijdende gemiddelden met
een kortere periode. Het 9 daags glijdend gemiddelde vormt hier een
belangrijke indicator. In het algemeen passen sommige beleggers de
volgende regel toe om de optimale lengte van het glijdend gemiddelde te
bepalen: het aantal dagen van de beleggingshorizon worden door drie gedeeld.
Zo zal een trader die een positie wil innemen voor 15 dagen, gebruik maken
van het 5 daags glijdend gemiddelde.
a. koop- en verkoopsignalen
Het glijdend gemiddelde kan koop- en verkoopsignalen
opleveren, zowel in een duidelijke up- of downtrend als bij een trendwijziging.
HIeronder ziet u een grafiek van de Nasdaq index, met het gewone
100 daags glijdend gemiddelde.
Een koopsignaal doet zich voor wanneer de koers boven
het glijdend gemiddelde uitstijgt. Voor een valabel koopsignaal moet
het glijdende gemiddelde horizontaal verlopen of zelfs reeds een lichte
stijgende trend vertonen. Op de grafiek is er zo'n duidelijk koopsignaal
te zien in november 1998. Daarna boog het gemiddelde zich opwaarts
om en kwam het in een stijgende trend terecht.
In april 2000 deed zich net het omgekeerde voor,
de koers zakte door het glijdend gemiddelde en een nieuwe trend werd ingezet.
Wanneer de koers neerwaarts door het glijdend gemiddelde zakt, en dit gemiddelde
zich daarna neerwaarts ombuigt, dan kan er gesproken worden van een accuraat
verkoopsignaal.
Eens de trend gevestigd is, fungeert het glijdend
gemiddelde als steunlijn in een uptrend en als weerstandslijn in een downtrend.
Op bovenstaande grafiek kan gezien worden dat het glijdend gemiddelde dienst
deed als steunpunt gedurende de uptrend. Telkens de koers hierop
steunde, ontstond er een koopsignaal. Tevens werd het glijdend gemiddelde
enkele malen neerwaarts doorbroken, maar de koers stond er al snel terug
boven. Het gaat hier dan ook om een mislukte uitbraak, waarbij het
glijdende gemiddelde zijn stijgende trend nog niet kwijtgespeeld was.
In het algemeen kan gesteld worden dat iedere doorbraak van een glijdend
gemiddelde een waarschuwing is voor een mogelijke trendommekeer.
Daarbij moeten dan andere technische middelen geraadpleegd worden (bv.
indicatoren of omkeerpatronen), die het signaal kunnen bevestigen als zijnde
valabel.
Na het eerste verkoopsignaal in 2000, zakte de koers
diep vooraleer een pull back te maken tot het doorbroken gemiddelde.
De koers steeg er zelfs even over, maar het gemiddelde bleef in zijn dalende
trend en er was dan ook sprake van een valse uitbraak of zelfs een verkoopsignaal.
De voorzichtige belegger zal steeds wachten met het innemen van longposities,
tot het glijdend gemiddelde duidelijk opwaarts is omgebogen.
Wanneer de koers té ver van het glijdend gemiddelde
is verwijderd, kan een reactie verwacht worden die de koers terug in de
buurt van het gemiddelde zal brengen. Het glijdend gemiddelde zal
de koers in alle omstandigheden terugroepen. In een downtrend zal
de koers dus tot aan het gemiddelde getrokken worden, om vanaf daar opnieuw
weerstand te ondervinden. Louter posities innemen op basis van het
feit dat de koers ver van het gemiddelde verwijderd is, is ten stelligste
af te raden. Er moet steeds bevestiging gezocht worden in het brede
analysegamma dat de technische analyse te bieden heeft.
b. techniek met meerdere gemiddelden
De analyse met meerdere gemiddelden verloopt analoog
aan de analyse met slechts één gemiddelde. Wanneer
de glijdende gemiddelden opwaarts gericht zijn én de koers bevindt
zich boven deze gemiddelden, dan geldt dit als een positief signaal. Er
mag dan ook van uitgegaan worden dat de aan de gang zijnde uptrend verder
gezet zal worden.
Bij gebruik van meerdere gemiddelden kunnen er zich
extra koop-en verkoopsignalen voordoen. Het gaat hier in feite om
extra bevestigingen van de signalen van slechts één gemiddelde.
Koopsignalen doen zich voor wanneer het korte glijdend
gemiddelde opwaarts door het lange glijdend gemiddelde stijgt. In
dit geval spreekt men van een "golden cross". Bij de omgekeerde situatie,
wanneer het korte gemiddelde neerwaarts door het lange gemiddelde zakt,
spreekt men van een "dead cross". Deze situatie levert een verkoopsignaal
op.
Op bovenstaande grafiek valt duidelijk
af te lezen dat het koopsignaal van het golden cross een bevestiging vormde
van het eerdere signaal dat tot stand kwam bij de doorbraak van het 50
daags glijdend gemiddelde. Bij het dead cross valt hetzelfde op te
merken: het 50 daags glijdend gemiddelde was reeds neerwaarts omgebogen
en gaf dus een valabel verkoopsignaal. Enige tijd later kwam dan
het dead cross, dat aldus louter te beschouwen valt als een bevestiging
van het eerdere signaal. Na het dead cross moest zonder twijfel verkocht
worden.
Een populaire techniek bij de analyse met
meerdere gemiddelden, vormt de analyse van het 4-9-18 daags gemiddelde.
Het eerste signaal dat deze gemiddelden geven, wordt aanzien als een waarschuwing.
Daarna volgt de bevestiging en pas bij de derde cross-over wordt er gehandeld.
|